Jambo op Safari
oktober 2006

   

Op weg naar Schiphol kreeg ik nog een neus en nageltjes. Gelukkig had ik al een vestje en een rugzak met een vriendje erin. Ik ben gemaakt van oranje mohair een kleur die goed bij Afrika past
Een naam had ik nog niet gekregen, maar ik mocht mee naar Kenia en Tanzania en dat maakte alles spannend.
In het vliegtuig bleef ik in een grote rugzak, dat was vaak mijn reisplek.
Tja, daarvoor ben je nou een keer een reisbeer.

De eerste keer dat ik eruit kwam, was in een grote truck. Wel veel reisgenoten waren er, maar veel vrouwen bewonderden mij.
De meeste mannen vonden me stom.

Ik mocht in het eerste ‘hotel’ op de schoorsteen zitten, maar buiten op de stoep beviel me beter.
Prachtige vogels zongen me toe en bovendien sprongen er Colobus apen in de bomen, zwart met witte lange haren en een witte staart.
Het hotel lag bij Mount Kenia en deze berg hadden ze nagemaakt, voor mij een makkie om op te klimmen.

De volgende dag kwamen we bij een waterval – Thomsonfall.
Ook hier kwam ik op de foto, een mooi plekje hoor. Toen s’avonds mijn baasje onder de douche wilde, viel overal het licht uit. Dat kan gewoon in Kenia.
Even later kwamen ze een kaarsje brengen en werd het echt gezellig.

Daarna reden we naar lake Navaisha.
Onderweg zwaaiden er altijd kinderen naar ons en riepen: Jambo!
Ineens kreeg ik een naam: Jambo!!
We kwamen langs allemaal rozenkwekers. Dit waren Nederlanders die daar hun bedrijf begonnen zijn.
Op lake Navaisha maakten we een boottocht en onderweg zagen we nijlpaarden en erg veel watervogels.
Zelfs meer soorten ijsvogels.

We maakten aan de overkant een grote wandeling in een wildpark.
We liepen gewoon tussen de zebra’s, giraffes, thomson-gazelles en eland antilopen.
Na een uur lopen kwamen we bij een kratermeer en dit zat vol met flamingo’s.
Prachtig al die roze vogels die allemaal tegelijk dezelfde beweging maken.
Hier kreeg ik een paar roze veren op mijn rugzak.

Terug op het bootje werden we heel erg nat, want er was veel wind gekomen en de golven sloegen overboord. We kwamen in het donker thuis. Wat een belevenis.

We trokken verder en kwamen in het Masai Mara park.
Hier sliepen we in tenten met een strodak. Wel erg leuk, maar 's nachts moest je met de zaklantaarn naar bed. We hoorden de hyena's dichtbij huilen.
De dag daarna reden we naar de Mara rivier en zagen duizenden gnoes, die de rivier over wilden steken.
In de rivier lagen de krokodillen op de loer en de maraboes en gieren zaten te wachten op een lekker hapje.
De gnoes en zebra’s gingen water drinken, maar durfden niet over te steken.

   

   

Onderweg zagen we een cheetah, die een hertje had gevangen en net lekker begon te eten. Hij had helemaal een rode kop van het bloed.
Ook zagen we een hornbill-vogel, een groep hyena’s, een bad eared fox en een jackhals met een zadel, mooi dier hoor.
Tja, de giraffes, olifanten, zebra’s en impala’s en gazellen waren al gewoon geworden om te zien.

Terug bij de poort gaf mijn baasje aan een heleboel Masai-meisjes met dikke buiken babykleertjes. Ze waren er echt gelukkig mee. Ik kreeg een ketting met wilde dieren er aan, stond me mooi.
Ik begon al echt een Afrikaan te lijken.

We reden verder naar Nakuru.
We gingen hier weer een park in met een meer met flamingo’s en neushoorns.
Hier zagen we een grote kudde buffels.
Toen we lunchten zaten we tussen de apen, die ook wel wat lusten. Ik moest oppassen dat de apen mij niet meenamen, beetje eng hoor.
Ik kreeg ook een bordje met lekkere guacomole, die onze eigen keniaanse kok voor ons gemaakt had.

   
   

Een dag later reden we in mooie omgeving tussen de bergen met allemaal theeplantages. Vrouwen waren er druk aan het plukken,  met manden op de rug.
Ik kreeg een pakje ginger-thee in mijn rugzak. Dat rook erg lekker.
Na een tijdje kwamen we bij de grens van Kenia naar Tanzania. Nadat we een heleboel formulieren ingevuld hadden, mochten we er gelukkig over.

In Tanzania reden we naar het
Victoria meer, hier hadden we een leuk hotel bij het water. Ik sliep een tijdje onder een bananenboom, zo moe was ik van alle indrukken. We maakten weer een boottocht,gelukkig was dit bootje iets groter, al stond er wel een laag water in. Onderweg zagen we zeearenden, aalscholvers, reigers, zwermen pelikanen en op de rotsen lagen leguanen. Ook ijsvogeltjes vlogen vlak voor ons en vingen visjes.
We gingen aan wal in een visserdorpje met heel veel kinderen. De kinderen gaven ons een hand en bleven ons begeleiden. Ze waren erg arm en hadden kapotte t-shirts of oude jurken aan.
Aan het eind kregen alle kinderen een ballon van mijn baasje, er waren erg veel kinderen en ze maakten er ruzie om.
Toen we terug wal kwamen liep onze boot vast en moesten we over stappen in een kleine kano om droog over te komen.

Nu vervolgde de reis naar Serengeti, een heel groot natuurpark. We moesten allemaal lichte kleding aan, want in dit park heb je veel last van de chee-chee-vlieg en die houdt van donkere en felle kleuren. We hebben er vele doodgeslagen en in de truck was het een echt slagveld van vliegen. Gelukkig mocht ik in de rugzak zitten met een beige sjaal om.
We bleven in het park in een lodge slapen. Dit was erg luxe. De lodge was om een rots gebouwd. We hadden prachtig uitzicht en een mooie zonsondergang. Op het terras zaten allemaal boomdassies, (soort murmeltier) die veel lawaai kunnen maken.
We zagen tijdens de game-drives veel wilde dieren. Leeuwen en luipaarden, waren hier bijzonder.
We zagen een stel leeuwen, die een zebra vingen. Spannend om te zien.
In de lodge kwam ik op de foto met een leeuw en een neushoorn.
De bediende daar vond me ook erg leuk.

   

   

Het volgende park was in een krater,
de Ngorongoro-krater. Hier naar toe, was een gigantisch lange tocht over zeer slechte wegen. Ik werd er een beetje misselijk van. We hadden wel een mooie lodge met een lekker bed.
We gingen de krater in met kleine jeeps.
Er kwam een Masai-jongen bij ons en hij wilde wel met mij op de foto.
We zagen er veel nijlpaarden,met vogels op de rug, zebra’s, gnoes, buffels en knobbelzwijnen,die met de staart recht omhoog weglopen. Heel grappig om te zien.
Ook kraanvogels, die steeds in paartje liepen en de secretarisvogels met hun hoge zwarte poten.
hier zagen we een grote leeuwenfamilie ( 12 leeuwen) in het dorre gras. Je zag de oortjes er net bovenuit, later gingen ze aan de wandel. Zeer indrukwekkend, ze lopen gewoon langs je auto.

Daarna werd het autorijden iets luxer, want we hadden voor het eerst een echte asfaltweg, aangelegd door de Japanse ambassadeur.
Prachtig berglandschap voor ons. We zagen hier de baobap-boom, die met de wortels in de lucht staat.

We sliepen in een dorpje Mto Wa Mbu.
De volgende dag hadden we een rondleiding door het dorp, tussen de bananen plantages door. We praten met veel mensen en bezochten een schooltje.
Eindelijk konden de schriften aangeboden worden, die mijn baasje meegesleept had uit Nederland. De kinderen zongen liedjes voor ons en wij konden ‘vader Jakob’ mee zingen, wat ze prachtig vonden.
In het dorp kwamen we een jongentje tegen met een kapotte beer in de arm. Eindelijk iemand met een soort-genootje.

De volgende dag bezochten we een Masai-dorp, waar we konden rondlopen en in een huisje mochten kijken. Wel heel erg donker binnen. Het huisje was gemaakt van koeienpoep en ook in het dorp lag overal poep van geiten.
Binnenin het dorp was een kring van stekeltakken gemaakt, hier stonden de koeien s’nachts, dus ook dat was allemaal poep. De masai-krijgers (met rode kleden als kleding )en meisjes (met blauwe kleding) dansden voor ons en de vrouwen wilden graag kralen-sieraden verkopen.Ik kreeg nog een halsbandje.

   

   

We reden verder naar Arusha.
Onderweg stopten we nog bij een grote souvenirtent, hier kwam ik met een rare man op de foto.
We bleven een dagje in de stad, wat best gezellig was. Ik kreeg nog een flesje van Masai mensen. Wel stoer hoor.
We gingen hier uit eten in een leuk tentje, gerund door Nederlanders.
Ook dansden we met de Tanzanianen.

Het laatste park dat we bezochten was het Amboseli-park.
Hier zagen we heel veel (70) olifanten, ze liepen in het moeras en een klein olifantje kwam nog net met z’n slurfje boven het water uit.
We sliepen in een mooie lodge met huisjes in de tuin. De apen waren er wel erg brutaal en ook liepen er zebra’s door de tuin.

De laatste dag maakten we onderweg een groepsfoto, een van de reisgenoten zei: Jambo mag er niet bij! Hij heeft niet betaald en ook geen poot uitgestoken.
Mijn baasje was het er niet mee eens, dus mocht ik gelukkig bij op de foto.
Nog een dag rijden en we waren weer in Nairobi, waar we samen uit eten gingen en 's avonds weer terug vlogen naar Nederland. Ik vond het een geweldige reis., maar ben blij weer thuis te zijn.

"Marian Bear"
 Marian Haarink-Getkate

terug Terug naar de vorige pagina  Terug naar de Nederlandse index-pagina home